Om de krapte op de woningmarkt tegen te gaan, moet de overheid het mes zetten in de hypotheekrenteaftrek en andere koop- en huursubsidies. Dat adviseert het Centraal Planbureau (CPB) in een nieuw woningmarktrapport.
Het nieuwe kabinet-Jetten schrapte in het coalitieakkoord dat onlangs is gesloten, eerdere plannen om hypotheekrenteaftrek af te schaffen. Maar dat is geen goed idee, concluderen onderzoekers van het CPB in het woningmarktrapport.
Subsidies helpen namelijk vooral mensen die een goede positie hebben op de woningmarkt, omdat ze een eigen huis bezitten. Woningzoekenden hebben daar niets aan, aldus het CPB.
“De woningmarkt werkt als een ladder, waarop iedereen zo hoog mogelijk probeert te komen”, schrijven de onderzoekers. Rijkdom en beleid bepalen waar iemand op de ladder terechtkomt. Wie binnenkomt via regelingen of subsidies stijgt op de ladder, maar anderen raken erdoor in de knel. Steeds meer huishoudens hebben geen woning, wonen te duur of zitten vast in een huis dat niet past bij hun levensfase.
Voordelen beperken om woningzoekende te helpen
Het planbureau pleit daarom voor afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Een specifieke groep -woningzoekenden- helpen, kan door voordelen voor andere groepen zoals hypotheekrenteaftrek te verminderen, stelt het CPB. Hierdoor krijgen woningzoekenden betere kansen en het zet de doorstroming op de woningmarkt in gang.
Het CPB trekt een vergelijking met de woningmarkt in Denemarken: daar leidde hypotheekrenteaftrek er ook niet toe dat meer mensen een woning konden kopen, maar juist dat huizenbezitters een aantrekkelijkere woning konden kopen. En de regeling kan zelfs leiden tot minder huizenbezit, want als huizenprijzen hierdoor stijgen, zijn minder mensen in staat een woning te kopen.
Goedverdienende huurder moet verhuizen
Ook is het nodig dat huurders die eigenlijk te goedkoop huren, naar andere woningen vertrekken, vindt het CPB. Het gaat dan om mensen die ooit vanwege een laag inkomen in aanmerking kwamen voor sociale huur, maar inmiddels meer zijn gaan verdienen. Deze mensen zouden meer huur moeten gaan betalen of naar duurdere (huur)woningen moeten verhuizen. Corporaties mogen zo’n verhoging overigens al invoeren, maar doen dat vaak niet.
Het nieuwe kabinet moet scherpere keuzes gaan maken om te zorgen voor een ruimer woningaanbod, stelt het CPB. Behalve het afbouwen van subsidies, is het ook nodig om meer betaalbare woningen op locaties buiten steden te bouwen. Daarnaast zijn kortere procedures en aanpasbare bouwplannen nodig om flexibel te kunnen inspringen op veranderingen in de woningmarkt.
Doorstroming seniorenwoningen
Doorstroming op de woningmarkt ligt ook voor een deel in handen bij senioren. ING Research publiceerde vorige week een rapport met adviezen om de seniorenwoningmarkt van het slot te krijgen.
Ruim een kwart van de 65-plussers heeft een verhuiswens, terwijl slechts 4% van deze groep afgelopen twee jaar is verhuisd. Volgens ING zijn er nog veel meer senioren die zouden kunnen verhuizen maar dat nog niet doen. daarvoor is het volgens de onderzoekers nodig om seniorenwoningen actief te promoten en drempels om te verhuizen weg te nemen.
Veel ouderen stellen verhuizen uit, zegt zorgmarktexpert Jan Willem Spijkman van ING tegen Nu.nl. “Zolang ze geen fysieke gebreken ervaren, is de drempel om te vertrekken hoog”, zegt hij.
Bouwen levert knelpunten op
Maar dan moet er aan de aanbod ook het nodige gebeuren. De ambitie om tot 2030 jaarlijks 290.000 seniorenwoningen te realiseren, wordt nu niet gehaald. Dat komt door een aantal knelpunten. Het bouwen van seniorenwoningen is duurder dan die van gewone huizen. Bovendien vragen aanpassingen in zo’n woning om een goede afstemming tussen ontwikkelaars, beleggers en andere partijen.
Nieuwbouw is nu vaak gericht op starters en jonge gezinnen, terwijl bouw voor senioren veel ruimte kan geven, zegt Spijkman. Zij laten immers veel grote woningen achter.
Bron: CPB: schaf hypotheekrenteaftrek af voor betere doorstroming woningmarkt | Vastgoedactueel
Bekijk het gehele artikel
