Verkopers die besluiten hun vraagprijs te verlagen, doen dat meestal niet voorzichtig of in meerdere stappen. In augustus ging het bij vrijwel alle geregistreerde woningen om één prijsverlaging, die mediaan ruim 5% bedroeg. Vooral in het goedkoopste segment waren de correcties relatief groot.
Dat blijkt uit cijfers van woningdataplatform Woniqo. Het platform registreerde in augustus 1.496 prijsverlagingen op 1.439 woningen, afkomstig van 790 verschillende makelaarswebsites. De gegevens zijn gebaseerd op het dagelijks uitlezen van de woningetalages van ongeveer 3.050 Nederlandse makelaarskantoren.
Meestal één forse correctie
Van de woningen waarvan de vraagprijs werd verlaagd, gebeurde dat bij 97,7% precies één keer. De mediane prijsverlaging bedroeg 5,26%, omgerekend ongeveer 25.000 euro. Tegenover elke prijsverhoging stonden volgens Woniqo ruim vier prijsverlagingen. De cijfers suggereren daarmee dat verkopers hun vraagprijs doorgaans niet stapsgewijs aanpassen, maar pas ingrijpen wanneer een grotere correctie nodig wordt geacht.
Grootste daling onder 250.000 euro
De omvang van de prijsverlaging verschilt per prijssegment. Bij woningen met een oorspronkelijke vraagprijs tot 250.000 euro bedroeg de mediane verlaging 8,4%, de hoogste van alle categorieën. In het segment tussen 250.000 en 400.000 euro ging het om 5,7% en tussen 400.000 en 600.000 euro om 4,9%. Bij woningen boven de 1 miljoen euro liep de mediane correctie weer op naar 5,3%.
Meer aanbod, lagere prijsdruk
De cijfers passen volgens Woniqo in het beeld van een woningmarkt waarin de prijsdruk afneemt. In het tweede kwartaal van 2026 werd via NVM-makelaars het hoogste aantal woningen te koop gezet sinds het begin van de metingen in 1995. Tegelijkertijd is de prijsstijging op jaarbasis aanzienlijk afgezwakt ten opzichte van eind 2024. Volgens CBS en Kadaster lagen de prijzen van bestaande koopwoningen in juni 4,1% hoger dan een jaar eerder, na een stijging van 4,4 procent in mei.
Meer aanbod vraagt om scherpere prijs
De toenemende verkoopactiviteit onder oudere huiseigenaren past ook in het beeld van een ruimer wordende markt. 65-plussers waren in het tweede kwartaal van 2026 goed voor ruim 30% van de woningverkopen door eigenaar-bewoners, tegen 26% in 2020. Zij brengen relatief vaak grotere en duurdere woningen op de markt, met een gemiddelde verkoopprijs van ruim 550.000 euro. Hoewel uit de cijfers geen rechtstreeks verband met prijsverlagingen blijkt, neemt het aanbod toe op een moment dat de prijsstijging op de woningmarkt juist afvlakt.
Bron: Wie zakt met de vraagprijs, zakt fors | Vastgoedactueel
Bekijk het gehele artikel
